Wat er écht gebeurt in gesprekken over kindervaccinatie
Interview Lieve van Hengel Communicatie- en informatiewetenschapper
De vaccinatiegraad bij zuigelingen en kleuters daalt. Vooral in kwetsbare wijken is het percentage gevaccineerde kinderen soms schrikbarend laag. Waarom ouders hun kind niet laten vaccineren, wordt op diverse manieren onderzocht. Eén van die onderzoeken richt zich op ‘real-life’ gesprekken tussen GGD-verpleegkundigen en kersverse ouders. De resultaten worden direct toegepast in de praktijk.
“Het onderzoek is volledig gebaseerd op echte gesprekken,” zegt communicatie- en informatiewetenschapper Lieve van Hengel. “We doen geen interviews, geen enquêtes, maar analyseren gesprekken die worden opgenomen tijdens een huisbezoek. Daarna kijken we of we die gesprekken nog soepeler kunnen laten verlopen.”
Van Hengels onderzoek vindt plaats in Amsterdam en Rotterdam, in wijken waar de vaccinatiegraad traditioneel laag ligt; té laag om uitbraken van infectieziektes te voorkomen. Hoewel verpleegkundigen eerst bang waren dat ouders niet wilden deelnemen, bleek het tegendeel waar. “Als het onderzoek op een natuurlijke manier bespreekbaar wordt gemaakt, vinden ouders de opname vaak geen probleem,” aldus van Hengel.
“Omdat de gesprekken uit de dagelijkse praktijk komen, zijn de resultaten meteen toepasbaar.”
Gespreksanalyse
Tijdens de gespreksanalyse wordt onderzocht hoe het verhaal van de verpleegkundige door de ouders wordt opgevat en hoe dit de uiteindelijke voortgang van het gesprek bepaalt. Daarbij wordt ook gekeken naar de manier waarop iets wordt gezegd: vallen er bijvoorbeeld veel pauzes of wordt er juist heel snel gereageerd. Wat betekent dat dan en hoe vat de ander dit op.
“Ik ontdekte dat verpleegkundigen vaak al vooruitliepen op mogelijke zorgen van ouders, nog voordat die waren uitgesproken. Zo zeiden ze bijvoorbeeld: ‘het vaccin is nieuw in het programma, maar niet nieuw in het algemeen; in België wordt het al langer gegeven.’ Daarmee ondervingen ze meteen twijfels over de nieuwheid van het vaccin.”
Volgens van Hengel heeft dat voordelen én nadelen. “Ouders lopen het risico om als anti-vaxx te worden gezien wanneer ze zelf vragen stellen of zorgen uiten. Door vooruit te lopen op mogelijke zorgen, nemen verpleegkundigen die moeilijke taak voor hen uit handen. Anderzijds kan zo’n ‘dichtgetimmerd pakketje’ het voor ouders juist lastiger maken om alsnog vragen te stellen. Twijfels worden als het ware al weggepoetst voordat ze geuit zijn.
Direct toepasbaar
Ze vervolgt: “Omdat de gesprekken uit de dagelijkse praktijk komen, zijn de resultaten meteen toepasbaar. We hebben trainingen ontwikkeld voor verpleegkundigen. Die herkennen zichzelf vaak in de voorbeelden. ‘Oh ja, zo doe ik het inderdaad,’ zeggen ze dan.”
In een vervolgstudie wordt gekeken hoe een specifieke vraagstelling meer gespreksruimte kan creëren voor ouders. “Bijvoorbeeld: ik weet niet of je van het rotavirus hebt gehoord’ of ‘ik weet niet hoe jullie tegen vaccinatie aankijken.’ Dat is minder sturend, meer open,” aldus Van Hengel. Daarnaast worden groepsgesprekken georganiseerd, ook in andere talen dan het Nederlands, zodat iedereen bij het onderzoek betrokken kan worden.
“Het doel is wederzijds leren, verbinding maken en het versterken van vertrouwen.”
“We willen ouders niet overtuigen, maar gesprekken zo soepel mogelijk laten verlopen en bijdragen aan vertrouwen. Misschien helpt dat bij het verhogen van de vaccinatiegraad, al speelt natuurlijk veel meer mee: vertrouwen in de overheid, misinformatie, het sociale netwerk of zelfs de afstand tot de priklocatie.”
Tijdens het onderzoek ontdekte van Hengel dat bewoners en zorgprofessionals regelmatig benaderd worden voor nieuwe initiatieven. “Dat kan leiden tot overbelasting en wantrouwen. Daarom kiezen wij er bewust voor om niet nóg een los project op te zetten, maar aansluiting te zoeken bij bestaande netwerken en activiteiten.”
Leergemeenschap
Het opzetten van een leergemeenschap, is daar een voorbeeld van. Zorgprofessionals worden gekoppeld aan ouders, sleutelfiguren uit de wijk en lokale organisaties. “Het doel is wederzijds leren, verbinding maken en het versterken van vertrouwen. Niet alleen kennis over vaccinaties staat centraal, maar ook het delen van zorgen, ervaringen en oplossingen,” zegt van Hengel. “Dat sluit mooi aan bij de wijkgerichte aanpak waar de GGD in 2021 mee is begonnen.
Het proces gaat langzaam; vertrouwen opbouwen kost tijd. Maar juist die tijd willen de onderzoekers nemen. De eerste bijeenkomst staat inmiddels gepland en sluit aan bij een bestaand wijkinitiatief.
Van Hengel: “Uiteindelijk staat één perspectief centraal: we weten dat gesprekken een cruciale rol spelen bij de vaccinatiebeslissing. Maar wat er in die gesprekken werkelijk gebeurt, wordt pas zichtbaar als je die ‘real-life’ interacties zelf onder de loep neemt.

Over Lieve van Hengel
Lieve van Hengel (1998) studeerde Gezondheid en Leven en deed de master dialogue, health and society aan de VU. In haar onderzoek bekijkt ze gesprekken over kindervaccinatie in Nederlandse wijken waar de vaccinatiegraad laag is. Ze analyseert interacties tussen ouders en zorgprofessionals en werkt aan een leergemeenschap waarin ouders, professionals en sleutelfiguren kennis uitwisselen.
alumnimagazine voor sociale en geesteswetenschappers juni 2026