"Omstanders spelen een veel belangrijkere rol dan vaak wordt aangenomen."

In gesprek met Marie Rosenkrantz Lindegaard Hoogleraar Secure Societies: De-escalating Conflict Encounters 

Tijdens haar studietijd in Kaapstad werd Marie Rosenkrantz Lindegaard overvallen door een man met een mes. Die ervaring vormde het startpunt van haar academische loopbaan, waarin één vraag centraal staat: hoe reageren mensen in noodsituaties? 

“Ik heb altijd moeite gehad met het idee dat geweld vooral te verklaren is door iemands karakter of achtergrond,” zegt de hoogleraar sociologie. “De meeste mensen die opgroeien in moeilijke omstandigheden gebruiken namelijk nooit geweld.” Volgens haar schieten dit soort verklaringen tekort, omdat ze voorbijgaan aan wat er op het moment zelf tussen mensen gebeurt.

Daarom richt ze zich in haar onderzoek op interacties: wat gebeurt er precies tussen dader en slachtoffer vlak vóórdat een situatie escaleert? Wanneer slaat een normale interactie om in geweld, en op welke momenten is de-escalatie nog mogelijk?

Kijken naar wat er écht gebeurt

Om die vragen te beantwoorden analyseert Lindegaard videobeelden van echte incidenten. Met medewerking van autoriteiten in Kaapstad, Amsterdam en Lancaster verzamelde ze duizenden opnames van geweldssituaties in de openbare ruimte. Die directe observatie leverde een nieuw inzicht op: “Omstanders spelen een veel belangrijkere rol dan vaak wordt aangenomen. Ze leiden af, gaan tussen mensen in staan, bellen, halen betrokkenen uit elkaar of troosten het slachtoffer,” vertelt ze. “Wat verder opvalt is dat mensen dit vaak samen doen, zonder overleg. Ze stemmen hun gedrag intuïtief op elkaar af en nemen verschillende rollen op zich, afhankelijk van de situatie en de fase van het conflict.”

Collectief gedrag

Nog opvallender is dat dit patroon zich op verschillende plekken ter wereld voordoet. “Of het nu gaat om Amsterdam of Kaapstad, omstanders reageren in grote lijnen vergelijkbaar. Dat wijst op een vorm van collectief gedrag dat dieper verankerd ligt dan culturele verschillen alleen. Wat dat mechanisme precies is, is nog onduidelijk.” Daarom kijkt ze inmiddels ook naar onderzoek bij primaten, om te achterhalen of dit soort collectief ingrijpen mogelijk evolutionaire wortels heeft.

Op weg naar een verklarende theorie

Met het door de Europese Commissie gefinancierde The Collective Bystander Project wil ze die onderliggende mechanismen verder ontrafelen. Opnieuw staan videoanalyses centraal, met 4000 incidenten uit zowel Amsterdam als Kaapstad. En wederom vindt het onderzoek plaats op meerdere continenten. “Zo voorkomen we dat het onderzoek zich beperkt tot hoogopgeleide witte mensen in Europa en Noord-Amerika.

“Of het nu gaat om Amsterdam of Kaapstad, omstanders reageren in grote lijnen vergelijkbaar.”

Bijna alle theorievorming, ook in de sociale psychologie en criminologie, is daarop gebaseerd. Dat doet geen recht aan de realiteit.”

De inzichten uit die observaties worden vervolgens getest in virtualreality-experimenten. Die gecontroleerde omgevingen maken het mogelijk om gedrag systematisch te variëren en zo stap voor stap te bouwen aan een theorie die beter verklaart hoe mensen in noodsituaties daadwerkelijk handelen.

“Samen sta je sterk. Daar kun je echt iets mee in de openbare ruimte.”

Wat kun je zelf doen?

De bevindingen hebben ook praktische implicaties. “Omstanders zijn vaak bereid om te helpen, maar dan moeten ze wel herkennen dat er sprake is van een noodgeval. Maak duidelijk dat je hulp nodig hebt,” adviseert ze. “Zoek andere mensen op, trek iemands aandacht en vraag expliciet om steun. Op het moment dat iemand zich aangesproken voelt, zie je dat mensen vrijwel altijd reageren. Samen sta je sterk. Daar kun je echt iets mee in de openbare ruimte.”

Over Marie Rosenkrantz Lindegaard

Marie Rosenkrantz Lindegaard (1976) studeerde antropologie in Kopenhagen en promoveerde aan de UvA. Sinds 2025 is ze hoogleraar Secure Societies: De-escalating Conflict Encounters aan de VU. Daarnaast is ze lid van de Wetenschappelijke Adviesraad Politie.

alumnimagazine voor sociale en geesteswetenschappers juni 2026