Liaison officers avant la lettre Blog Edwina Hagen
‘Madame l’ambassadrice’ was tijdens de revolutietijd aan het eind van de achttiende eeuw een begrip. Bij bals, diners en concerten aan de Europese vorstenhoven behoorden diplomatenvrouwen, net als hun echtgenoten en de echtgenotes van staatslieden, vorsten en aristocraten tot de officiële gasten. Precies dáár hadden ze alle speelruimte voor lobby, advies en informele beïnvloeding van de politieke besluitvorming in het belang van hun eigen land.
Deze ‘liaison officers’ avant la lettre bleven na hun vertrek naar een volgende standplaats vaak met elkaar schrijven. Hun correspondentienetwerken laten zien dat ze de communicatiekanalen openhielden in een tijd waarin de Europese diplomatie onder hoogspanning stond. De huidige toestand van de wereld vraagt om inzet van vergelijkbare vormen van soft power. Ook wetenschappers kunnen hier iets in betekenen.
“De huidige toestand van de wereld vraagt om inzet van vergelijkbare vormen van soft power.”
Communiceren en ontmoeten
Dat is niet hun primaire verantwoordelijkheid; zij hoeven geen diplomaten te worden en niet alle disciplines lenen zich voor een dergelijke rol. Waar het om gaat, is dat ze zo lang mogelijk kunnen blijven doen wat ze altijd al hebben gedaan: met elkaar communiceren over vraagstukken die van belang zijn voor Nederland en de rest van de wereld, binnen én over de grenzen van hun vakgebied en zelfs voorbij onze geografische grenzen. En niet alleen door elkaar online te spreken, maar ook door elkaar in levenden lijve te ontmoeten – op plekken die daarvoor speciaal zijn ingericht. Op grondgebied en in gebouwen vrij van direct politieke betekenis. Waar tijd en ruimte is voor wetenschappelijk gefundeerde gesprekken met andere intrinsiek gedreven experts en waar vrije toegang bestaat tot vakbibliotheken, archieven en de modernste onderzoeksfaciliteiten.
Strategisch gespreid
Dit is precies de kracht van het locatiegebonden én grensoverschrijdend onderwijs en onderzoek van de Nederlandse Wetenschappelijke Instituten in het Buitenland.
Deze NWIB's zijn vooruitgeschoven posten van zes Nederlandse universiteiten voor en door Nederlandse studenten en onderzoekers en buitenlandse gastonderzoekers. De Nederlandse campussen liggen strategisch gespreid over sleutelregio’s rond de Middellandse Zee en Oost-Europa, in de steden Cairo, Athene, Florence Rome en Sint-Petersburg.
Meerwaarde
Van oudsher zijn de aandachtsgebieden archeologie, oudheidkunde en (kunst) geschiedenis. Tegenwoordig is binnen de instituten evenzeer plaats voor kennisbenutting uit de wetenschap in de volle breedte. Hun decennialange permanente presentie ter plaatse en hechte verankering in universitaire, museale, bestuurlijke en diplomatieke samenwerkingsverbanden van de gastlanden, is juist in de tegenwoordige digitaal verbonden academische wereld (open access, AI) een meerwaarde.
Unieke infrastructuur
De kracht van de NWIB’s zit niet alleen in de afzonderlijke instituten en hun eigen omvangrijke nationale en internationale kennisnetwerken, maar ook in hun gezamenlijke werking. Samen bieden ze een unieke infrastructuur van academische toegangspoorten. Dit maakt het netwerk van blijvende waarde voor onderzoek, onderwijs en diplomatie – net als dat van 'Madame l’ambassadrice’ in het verleden.

dr. Edwina Hagen is universitair docent Cultuurgeschiedenis en leidt het Secretariaat van de Nederlandse Wetenschappelijke Instituten in het Buitenland (NWIB). Haar huidige onderzoek richt zich vooral op de wisselwerking tussen cultuur en macht in de Nederlandse politieke sfeer en binnen de West-Europese context waar politiek, hofcultuur en diplomatie samenkomen en bestrijkt de tweede helft van de achttiende en eerste helft van de negentiende eeuw.
alumnimagazine voor sociale en geesteswetenschappers december 2025