Een langere weg
Essay Gustaaf Peek
Vrije Schrijver VU academisch jaar 2022-2023
Gedachten hoeven zich niet aan de waarheid te houden om werkelijkheid te creëren. Denk maar aan geloof en bijgeloof, complottheorieën, allerhande ideologieën, fake news. Maar ook op persoonlijker niveau gaat de ongeteste en ongetemde gedachte vaak voor de handeling uit: wie met een nuchter oog eigen overwegingen durft te analyseren zal meer dan eens bij zelfgeschapen mythes uitkomen, bij al die aangepaste versies van het verleden die het heden van betekenis en rechtvaardiging moeten voorzien. Om de menselijke verbeelding zal daarom altijd worden gevochten, alle ambitie naar macht of invloed zal zich via de droom richting de daad moeten verwezenlijken.
Dat ideeën, hoe zot of tegennatuurlijk ook, de werkelijkheid van alledag vormgeven en sturen geeft het bestaan iets ongewis, iets onbetrouwbaars en slopends, zeker ook omdat de houdbaarheid van ideeën moeilijk valt te voorspellen. Wat overigens niet betekent dat er geen dynamiek in het collectieve bewustzijn is aan te wijzen. Al het gewone bijvoorbeeld dat na verloop van tijd steeds minder gewoon wordt, minder gebruikelijk of voorstelbaar, na nog meer tijd en heroverweging zelfs in zijn tegendeel verandert, in het onverteerbare, het schaamtevolle. Maar nu lijkt het alsof ik uitga van de progressie van ideeën en dat is niet zo (wie had ooit gedacht dat flat earthers een begrip zou zijn in de 21ste eeuw?).
Vanwege hun verregaande gevolgen voor de mens zijn ideeën uiteindelijk even concreet als riolering, penicilline of de nanochip. Een hiërarchie aanbrengen tussen het fysieke en het geestelijke lijkt dus nauwelijks nuttig, toch beperken de overheidscampagnes zich al zo lang ik me kan herinneren tot studies die zich in het exacte of praktische domein bevinden. Zelf studeerde ik zo’n kwart eeuw geleden Engelse Taal- en Letterkunde, maar ik kan niet zeggen dat een poster of commercial me die kant op had gelokt, sterker nog, talenstudies werden zelfs ontraden (vanwege geen werk of alleen werk als leraar, talen waren pretstudies, onbruikbaar en roekeloos, et cetera). Praktisch of exact ben ik inderdaad nooit geworden, wel heb ik mijn kritische nieuwsgierigheid behouden en mijn honger naar de menselijke ervaring, evenals mijn intuïtieve verlangens naar het wonderlijke en ongerijmde, het mooie. Deze laatste zin bewijst overigens nogal duidelijk dat mijn studiekeuze me financieel weinig wijzer heeft gemaakt. De samenleving beloont bestuurders en erfgenamen, niet dromers en denkers – ook dat is een idee.
Hoewel artefacten (een Griekse vaas bijvoorbeeld, of iets groter, een Romaans kerkje) voor een historische sensatie kunnen zorgen, zijn ideeën onze meest dwingende link met het verleden, aanhoudend zijn we in onze gedachten verbonden met eeuwen en eeuwen aan voorlopers. Wanneer we durven (weer dat voorbehoud dat om moed draait, om constructieve overgave) kunnen we eenvoudig naar oude denkbeelden raden omdat zoveel ervan onze dagelijkse beleving nu nog bepaalt.
"Toen ik studeerde was het woord ‘geesteswetenschappen’ nog amper in zwang (in een chique bui zou ik indertijd zelf wellicht de term ‘humaniora’ hebben gebruikt)."
Het gezag van ouders bijvoorbeeld, van een baas, de hiërarchische verstandhouding tussen man en vrouw, tussen mens en dier, de waardesystemen, wat nodig is om te overleven, geld wel, geluk niet.
Deze zin van de website van de VU: “Door kritisch na te denken over onze taal, geschiedenis en cultuur, begrijpen we de huidige maatschappij beter en pakken we de uitdagingen van de toekomst aan.” De geesteswetenschappen als nuttig gereedschap, als doelmatige vaardigheid, in combinatie ook nog eens met dat oubollig eufemistische ‘uitdagingen’, het is pijnlijk zichtbaar dat vanuit een achterstand toch iets opwekkends moest worden geformuleerd.
Toen ik studeerde was het woord ‘geesteswetenschappen’ nog amper in zwang (in een chique bui zou ik indertijd zelf wellicht de term ‘humaniora’ hebben gebruikt). Ik begon aan Engels met zo’n 120 andere eerstejaars, dergelijke aantallen scheppen zelfvertrouwen, houden een studie apart en eigenzinnig. Enkele decennia aan ontmoediging en afkalving moesten nog plaatsvinden, ik heb het moment gemist toen het intellectuele domein tot iets overkoepelends werd verplicht.
Wat oneerbiedig zou je academische arbeid zo kunnen omschrijven: het naar vaste maatstaven presenteren van onderzoeksresultaten. Onder onze huidige systemen van compulsief rendement en winstmaximalisatie is het niet verbazingwekkend dat het meer kwantificeerbare de aandacht opeist, beschikbare middelen makkelijker naar zich toetrekt, kritiek en kennis kun je maar moeilijk in een balans forceren. Maar wie het verleden niet bevraagt, zal in het heden worden geknecht en in de toekomst worden geslachtofferd. Wie we denken te zijn, wat we maken, hoe we steeds maar doen en gissen, alles is herleidbaar, verklaarbaar en tegelijkertijd grilliger dan we vermoeden. De tijd is mensenwerk, nog een put waar we ons uit moeten denken.
Geesteswetenschapper, de benaming moet veel vangen, waarom dan niet ook solidariteit? Een geuzennaam als een uiting van gedeelde belangen en een verbonden lot, het zal lonen om brutaal een collectieve vrijplaats teweeg te brengen voor onverwachte gedachten die onmisbare voeding geven aan nieuwe, betere dromen.

Gustaaf Peek was het afgelopen jaar verbonden als Vrije Schrijver aan de Vrije Universiteit. Voor idea schreef hij een essay. Op 15 mei jl. nam hij afscheid met de Abraham Kuyperlezing in de Westerkerk. Peek was de zestiende Vrije Schrijver, en is per 1 juni 2023 opgevolgd door Nina Polak.
Eerdere Vrije Schrijvers waren Babs Gons, Maxim Februari, Arnon Grunberg, Bas Heijne, Ernest van der Kwast, Ronald Giphart, Renate Dorrestein en Abdelkader Benali. De aanstelling duurt een jaar.
alumnimagazine voor geesteswetenschappers juni 2023